Geschiedenis


Vroeger

Terug






Bekijk eens een van deze videogeschiedenissen


Michiel de Ruyter


Ga voor één minuutje terug naar de gouden eeuw


De Route van de VOC


Overwintering op Nova Zembla






















Zonder onze zeehelden was er geen shantymuziek

 Op zeevaartgebied kent Nederland een rijke historie. Hoogtepunt was ongetwijfeld de Gouden Eeuw waarin de Verenigde Oost-Indische Compagnie (VOC) alle zeeën en oceanen bevoer.
 

Het is nauwelijks te geloven dat we eeuwen later een volk zijn geworden waarvan een onevenredig groot deel niet eens meer zin heeft om zijn bed uit te komen. Dat was in de zestiende eeuw wel anders, toen ondernemers en kooplui samen een kapitaal op tafel legden om te investeren in schepen en zeevaart. De overzeese handelsbetrekkingen werden soms goedschiks, soms kwaadschiks op poten gezet, en Amsterdam werd een van de meest bloeiende havensteden van Europa.

Onze voorvaderen hadden niet eens een eeuw nodig om de overzeese handel geheel in Nederlandse handen te krijgen. Na een paar expedities was het gepiept. Vandaag de dag is er nog maar weinig meer over van die echte Hollandse koopmansdrift, niet te verwarren met die kruideniersmentaliteit die zo'n geweldige opgang heeft gemaakt.


De Hollanders hebben vele ontberingen meegemaakt en er moest al snel geïnvesteerd worden in verdediging van wat men bereikt had.
Op zee wemelde het van de piraten, en met de concurrerende handelaren als de Portugezen en Spanjaarden liep het vaak uit op vechten. Maar de fanatieke handelsgeest liet zich door zulke obstakels niet verdringen: noch de zware orkanen waar ze in terecht kwamen, noch de ontberingen op het schip zelf als ziektes en ruzies, of de onbekende volkeren die de Europeanen niet altijd met warme armen wilden ontvangen. Kannibalen hebben menig Hollands boutje verschalkt, en gezagvoerders legden het loodje door indianen met giftige pijlen.

 Navigatie

Ook de schepen zelf en de instrumenten die ze hadden om te navigeren konden wel wat vooruitgang gebruiken. Maar door de Hollandse hardnekkige traditie om alles op te schrijven en in kaart te brengen, werden de middelen om de bestemming snel te vinden steeds geavanceerder. Dankzij die overleveringsdrift met de pen, hebben zij een buitengewoon gedetailleerd beeld van deze overzeese avonturen voor hun nageslachten achtergelaten.

De Verenigde Oost-Indische Compagnie, met hun Heeren Zeventien, speelden natuurlijk een hoofdrol in de historie van onze zeehandel. Per hoofdstuk wordt de Hollandse handelsgeest, later omgezet in expansiedrift en kolonisatie, verteld.

En reizen we mee van de Caraïbische eilanden naar Indonesië, Sri Lanka, Ceylon, Japan, Taiwan & Thailand, India, Noord-Amerika, Brazilië, West en Zuid-Afrika, Maleisië, Australië en Nieuw Zeeland. Met per land de koopwaar die ons fortuinen heeft opgeleverd.

De Gouden Republiek van de Lage Landen heeft op alle continenten haar sporen nagelaten: hele mooie, hele constructieve, ook destructieve - niets wordt overgeslagen in deze complete reeks. Na het zien van deze DVD zul je de Amsterdamse grachten met hele andere ogen bekijken, en word je geprikkeld om zelf de musea af te struinen voor al die tastbare herinneringen aan de Gouden Eeuw

Aan boord moest er hard worden gewerkt. Zware handenarbeid was vanzelfsprekend in die tijd dat er nog geen stoomschepen waren en de matrozen aan dek de hele dag met het zeil bezig waren, of in het ruim bezig waren om het water weg te pompen. Met de komst van de stoomschepen werd dat weliswaar iets lichter.


Webdesign: © Copyright 2009 - 2011 J.M.J.F. Janssen - Hilversum








 






Klik op dit bedieningspaneel om in een woeste zee te geraken.

 



Wat is er eigenlijk bekend van de zeemansliederen uit de periode van de 15e tot de 19e eeuw. We komen er voor het eerst iets over tegen in een manuscript uit de tijd van de Engelse koning Hendrik de Zesde (1421-1471) over matrozen die bij hun werk zongen.

Deze ballade, die waarschijnlijk de oudste van Europa is, gaat over een schip met pelgrims dat van Sandwyche, Wynchelsee en Bristow (Bristol) onderweg is naar het graf van de Heilige Jacobus in Santiago de Compostella, Spanje.

In het typische Engels uit de tijd van Chauser beschrijft deze ballade de dag van vertrek, de verblijven die de pelgrims krijgen toegewezen, het voedsel, de zeeziekte, een beschrijving van de kapitein en zijn bemanning en de commando’s die worden gegeven bij het hieuwen van het anker en het zetten van de zeilen. Ook wordt hier voor de eerste keer melding gemaakt van een woeste kreet, de ‘hitch’, die zeelieden vanaf de vroegste tijden hebben gebruikt als ze een lijn moesten doorhalen.